De werkingsprincipes

Er zijn drie hoofdfactoren die een grote rol spelen bij het leven op Aarde,
namelijk zon, water en wind.
Een permacultuur ontwerp zal dan ook rekening houden met deze basis condities.

Design is een woord dat je dikwijls tegenkomt als het over permacultuur gaat.

Design = Ontwerpen

Je kan een permacultuurtuin niet zomaar uit je losse pols schudden.
ER moet over nagedacht worden en je moet je project zorgvuldig plannen.
En daarvoor moet je een aantal logische stappen volgen, en daar zijn er 12 van.

Elementen, (levende) organismen, individuen.

De eerste zes principes bekijken het systeem van onderuit, vanuit hetgeen er is en hoe het met elkaar interageert.

1. Observeer en interageer.

Bekijk de plaats waar je je tuin gaat onderbrengen. Een goed ontwerp kan pas ontstaan na nauwkeurige observatie over een langere termijn.
Waar is het zuiden, hoe valt de zon in, is het terrein vlak of hellend, en in welke richting, is er water aanwezig, van waar komt de wind …. ?
Je bekijkt ook het aanwezige leven. Welke planten staan er al, zijn er dieren aanwezig zoals kippen, konijnen of ander wild … ?
Steek eens een spade in de grond en controleer de aarde die je bovenhaalt. Met welke bodemsoort heb je te doen, is er leven in die bodem … ?
Voorts ga je na hoe je je over dat terrein beweegt: zijn er logische natuurlijke lijnen die je volgt, zijn er hindernissen … ?

En dit doe je een tijdlang, liefst een jaar. En nog beter hou je een agenda of logboek bij waar je alles noteert wat er gebeurt, wat je doet en wat daarvan de gevolgen zijn …

2. Vang de energie en sla ze op.

Er zijn meer vormen van energie dan je zou denken. Er is natuurlijk de zon, de wind, het water. Maar er zijn ook de reststoffen, de overschotten, datgene wat anderen afval noemen.
Vang datgene op wat je kan opvangen, gebruik het dan zo zuinig mogelijk en probeer de overschot ergens op een of andere manier op te slaan.
Zo kan je de zonnestraling gebruiken om extra warmte te creëren in een kweekbak of serre.
Regen- of bronwater kan je gebruiken om te bewateren en de overschot bewaren in een ton of kleine vijver.
Wind kan je bvb gebruiken om een waterpomp aan te drijven of om een “hawk kite” te laten rondcirkelen.
En plantenresten of overschotten kan je gebruiken om als mulchlaag te dienen of om compost aan te maken.

We spreken hier natuurlijk enkel op moestuinniveau, op wereldniveau zijn er oneindig veel uitdagingen die aangepakt moeten worden om onze planeet leefbaar te houden. Maar je kan altijd je eigen kleine steentje bijdragen.

3. Zorg voor opbrengst

Elke ingreep die je uitvoert, elke handeling die je stelt moet in functie staan van opbrengst.
Dit lijkt logisch, maar opbrengst kan hier letterlijk alles betekenen. Dus niet alleen voedsel, maar ook energie, bouwmateriaal, water.
Zo kan een serre je toelaten vroeger te zaaien, of groenten te kweken die in de buitenlucht niet mogelijk zouden zijn.
Een insectenhotel trekt insecten aan die een rol kunnen spelen in de bestrijding van andere of in de bevruchting van bloemen.
Een bijenkorf zorgt voor bestuiving en tegelijkertijd voor honing.
Kippen verwerken afval, maken de grond los en zorgen voor eieren.

Ieder stap die je zet, moet gebeuren met zicht op de latere mogelijkheden, op zijn nut in het systeem.

4. Gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling

De natuur zal zichzelf altijd reguleren. Een overdaad van het ene wordt altijd aangepakt door een uitbreiding van “bestrijdingsmiddelen” zodat het evenwicht zo snel mogelijk terug hersteld zal worden.
Je zal hiermee rekening moeten houden. Wanneer er veel stikstof in de grond zit, zullen op die plek stikstofminnende planten groeien zoals braambessen en netels. Dan weet je dat je daar rustig je groentjes kan planten.
Indicatorplanten zijn een belangrijke graadmeter van de kwaliteit van je grond.

Probeer om een deel van je moestuin te reserveren voor (half)wilde eetbare planten die zichzelf voortplanten zoals postelein, daslook, … Ook brandnetels, smeerwortel, of moerasspirea … hebben hun nut en plaats in een permacultuursysteem.

5. Gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten

Een permacultuursysteem moet zo ontworpen worden dat het maximaal gebruik maakt van hernieuwbare grondstoffen. Hierbij denken we aan zonnewarmte, regenwater, houtkanten, groenbemesters, …
Onder diensten verstaan we bijvoorbeeld kippen die de grond klaarmaken of  paarden voor de mest.
Zonnepanelen bijvoorbeeld vangen zonne-energie op. Houtkanten en heggen fungeren als windscherm en houden zo de warmte bij en hun takken of jonge stammetjes kunnen fungeren als steun voor de planten. Regenwater kan je opvangen in een vijver waar zich dan een volledig andere biotoop kan ontwikkelen. Groenbemesters dienen zowel om de grond los te maken met hen wortelsysteem als om te mulchen met hun bovengrondse plantdelen.

6. Produceer geen afval

Je zou zeggen dt dit een inkopper is, maar dan moet je maar eens in de afvalbakken kijken. Wat je daar aan herbruikbaar spul in ziet liggen grenst soms aan het ongelooflijke.
Gooi niks weg, maak je tuin niet “spic&span schoon” na het oogsten. Laat datgene zitten en staan wat niet stoort. Laat je niks wijsmaken over meeldauw of andere schimmels, die overleven de hitte van de composthoop niet.
Het einde van het ene is het begin van het andere.
Maak compost van je keukenafval, maak mulch van je grasmaaisel, van het scheren van je haag …

Van groot naar klein

De volgende 6 principes gaan over het geheel en dat geheel planmatig en met kleine stappen uitwerken en verbeteren.

7. Ontwerp vanuit patronen naar details

Marcel heeft in zijn carrière een tijdlang computerprogramma’s geschreven en in die wereld werd hetzelfde systeem toegepast.
Breek het grote probleem (dat je in die vorm niet opgelost krijgt) in kleinere stukken uiteen. En die kleinere stukken in nog kleinere en … tot je echt op de details kan gaan werken die elk op zich makkelijk op te lossen zijn.
Nadat je je moestuin (of welk ander project dan ook) grondig bestudeerd hebt en de patronen herkent (zon, wind, helling, soort grond, indicatorplanten, waterhuishouding, bomen, ….) kan je beginnen plannen.
Begin klein en werk zo naar het grote geheel toe.

8. Verenig eerder dan te scheiden

In de (pure) natuur zal je dikwijls eenzelfde combinatie van planten terugvinden. Daar zijn verschillende redenen voor: grondsamenstelling, waterhuishouding, … Maar ook en vooral omdat planten elkaar kunnen beschermen, van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren.
In je moestuin zullen porei en wortels mekaar beschermen. De porei zal de wortelvlieg afschrikken terwijl de wortels de poreivlieg zal weghouden.
Egels nestelen zich graag onder een hoop takken en vreten slakken dat het een lieve lust is.

Het is door het totaalbeeld van de natuur toe te passen (holistische visie) dat je inziet dat het samenplaatsen van groenten betere resultaten oplevert dan ze elk apart te planten en dan te moeten strijden tegen hun belagers.
Plant bloemen in en rond je tuin, laat onkruid toe, laat rommelhoeken liggen en je trekt een heleboel extra leven aan dat er vanzelf voor zal zorgen dat het evenwicht hersteld wordt.

9. Gebruik kleine en trage oplossingen

Een moestuin moet zo worden ontworpen dat je best met kleine eenheden werkt waar telkens alles op elkaar is afgestemd.
Werk langzaam maar energie- en doelbewust. Waar snelheid en grootschaligheid ons naartoe geleid hebben kan je zien in de agro-industrie.
Gebruik geen machines, tenzij het echt niet anders kan.

10. Gebruik en waardeer diversiteit

Natuurlijke diversiteit (polycultuur) is de beste verzekering tegen de grillen van de natuur en het dagelijkse leven. Diverse systemen hebben een grotere veerkracht, monoculturen zijn fragieler en veel vatbaarder voor ziektes en plagen.
Door bijvoorbeeld meerdere teelten met verschillende worteldieptes te combineren, wordt de hele bodem benut en is er meer opbrengst.
Ontwerp je tuin in lagen: wortel/knolgewassen, bodembedekkers, halfhoge planten en hoge planten. Op die manier kan je op eenzelfde kleine oppervlakte tot 4 keer meer opbrengst hebben.

11. Gebruik de grenzen en waardeer het marginale

De scheidingsstrook tussen twee ecosystemen is vaak productiever dan de twee ecosystemen apart bekeken. Kijk maar naar een rivieroever waar water en land mekaar ontmoeten, of de rand tussen bos en open vlakte.
In de permacultuur worden overlappingsgebieden en randen gebruikt om onkruiden, medicinale planten of kleinfruit hun plaats te geven.
Wij gebruiken de randen van onze moestuin als leefgebied van smeerwortel, wilde bloemen, netels, bosaardbeien, …

12. Maak op een creatieve manier gebruik van veranderingen

De natuur is geen vast gegeven.
Binnen natuurlijke systemen zijn er voortdurend ontwikkelingen en veranderingen, hoewel het systeem als groter geheel blijft bestaan. Wees je bewust van de veranderingen en stel je flexibel op.

Blijken we toch weer meer uitleg gegeven te hebben dan oorspronkelijk bedoeld, maar bestudeer deze 12 principes, leer er meer over en vooral leer ze te doorgronden.
Gebruik deze principes later ook in andere delen van je leven. Je kan er alleen maar meer gemoedsrust in vinden.
.


⇐ Permacultuur … ⇒

Foto : onze allereerste poging tot moestuin
(c) Marcel & Marielle

Plaats een reactie