Een vakantiedorp zonder charmes …
… een natuurgebied om U tegen te zeggen
Portiragnes is een typisch mediterraan ingeslapen dorpje, dat in de zuigstroom van het toerisme een volledig nieuw dorp heeft gebouwd aan het strand: Portiragnes-Plages.
Rechte straten, kleine nieuwbouw-vakantie-woningen, en omheinde vakantiewijken.
Werkelijk totaal geen enkele charme, enkel het strand en de zon zijn hier van tel.
Maar net ernaast ligt een prachtig natuurgebied met door panelen begeleide wandelingen.
Le sentier découverte de Portiragnes
Dit natuurgebied omvat de oude delta van de Orb, rivier die vandaag uitmondt bij Valras-plage.
In dit natuurgebied zijn drie bewegwijzerde wandelingen uitgestippeld:
– een rode van 11,5 km
– een gele van 9 km
– een blauwe van 2,5 km
Wij hebben de rode gevolgd.

Je begint aan de parking aan het strand van Portiragnes-Plage en gaat daar westwaarts tot je bij een soort van parkje met speeltuigen komt. Daar ga je middendoor, voorbij het eerste (onleesbare) informatiebord, rechtdoor door het bosje dat er op volgt en dan aan een T-kruising met gebouwen draai je links af om zowat onmiddellijk rechts over een soort grasweide te gaan, tussen duinen en bebouwing door.
Dan stoot je op een verharde weg, annex parking en een nieuw informatiebord.
Vanaf daar begint de eigenlijke natuurwandeling.
Je bent nu aan de “Rivièrette”, een afgesloten brakke lagune, die via nauwe kanaaltjes en grachten verbonden wordt met het “Maraïs”, een nog grotere lagune.
Deze kleine lagune wordt door een soort zandbank/strand afgesloten van de zee, maar kan bij hoogwater of storm onderlopen. Ze vangt ook het regenwater van de omliggende woonkernen op via pompstations.
Via een verhoogde weg begin je aan de tocht door het deltagebied. Het eerste dat je opvalt is dat je toch overal rondom nog veel bebouwing ziet.
Onderweg zie je enorm veel grachten, kanaaltjes, droge beddingen, dijken en pompen, maar vooral vogels, 100-den van de meest uiteenlopende soorten.
Een waar paradijs voor de ornitholoog. Zo kom je dan aan de Maïre.
Een nog grotere lagune waarvan de naam is afgeleid van “malaïges” wat ziek water betekent.
De naam is te wijten aan het feit dat door een overvloed aan “meststoffen” de algengroei snel explodeert waardoor het zonlicht het water niet meer kan binnendringen. De hitte en de UV-straling doen dan de algen zeer snel sterven en verrotten waardoor er bacteriën ontstaan die alle zuurstof in het water verbruiken.
Vervolgens ontstaan er bacteriën die kunnen overleven in dit zuurstofarme water, maar waterstofsulfide aanmaken, hetgeen dan weer zorgt voor die stank van rotte eieren die hier soms hangt.
Enkel de wind kan dan het water opnieuw zodanig beroeren dat er weer zuurstof ingebracht wordt zodat de cyclus weer van voren af aan kan beginnen.
Hoe verder van zee, hoe meer het landschap verandert, van brakke vlakte naar minder brakke weides, naar zoet water omgeving.
Op die boerderijen en hun weides worden voornamelijk paarden en stieren gekweekt. De stieren zijn voor een groot deel van het soort dat je ziet bij stierengevechten in de arena’s in de buurt. Gelukkig staat er prikkeldraad …
En dan sta je plots aan het Canal de Midi.
Unesco werelderfgoed, toeristische trekpleister, een uiting van menselijk vernuft,…
Je mag denken en zeggen wat je wil. Dit was de 2e keer dat we het zagen en het was opnieuw liefde op het x-de zicht.
Je volgt het kanaal naar rechts. Wij hebben de aardeweg genomen, omdat de asfaltweg te druk bereden werd door fietsers.
Je komt langs vijvers vol met vogels, weides vol met paarden, je passeert de ene plataan na de andere…

… tot je plots aan een “épanchoir” komt. Een uitvinding van Paul Riquet (de ingenieur die het kanaal gebouwd heeft) om het overtollige water te laten wegstromen.
Een weinig verder kom je terug in de bewoonde wereld en aan de D37. Die volg je links, terug richting strand.
Je komt voorbij een eerste camping, om dan aan het eerstvolgende kruispunt rechts in te draaien “Chemin Tour de l’Orb”. Aan het volgende kruispunt ga je links en dan in één grote rechte lijn langs de “toeristische trekpleisters” en “uitgangsbuurt” van Portiragnes-plage recht richting zee.
En omdat we het heel rustig gedaan hadden, onze tijd genomen hadden om al die informatieborden te lezen konden we op het strand nog genieten van een mooie zonsondergang.
Een leuk(?) weetje:
De hele streek zit pal boven een zoetwaterreservoir dat 450 km² groot is en op 120 meter diepte ligt.
450 km² wil zeggen 20 gemeentes, met ongeveer 100.000 permanente inwoners en een extra 500.000 toeristen in de zomerperiode
En uit die laag worden jaarlijks 4,6 miljoen (4.600.000) m³ water opgepompt (dat is meer dan 4,5 miljard liter), waarvan 3,5 miljard liter moet dienen als drinkwater.
En dan moet je weten dat de helft daarvan enkel en alleen opgepompt wordt gedurende de zomerperiode.
Toerisme heeft zo z’n kost.
…
.


