Inderdaad een terechte vraag: “Waarom emigreer je?”
Emotioneel
Het eerste dat je moet weten is dat we om beroepsredenen jarenlang in Duitsland hebben gewerkt. Daardoor was de band met België niet meer zo sterk als bij andere mensen.
Reeds in Duitsland hadden we het gevoel: “Zelfs indien we ooit omwille van beroepsredenen terug naar België moeten, dan blijven we er niet langer dan moet.”
Daarnaast hebben we onze problemen met de “typisch Vlaamse kleinburgerlijke mentaliteit” waarbij je niet buiten de lijntjes mag kleuren. Sorry voor de mensen die zich hierdoor beledigd voelen, maar het is niet persoonlijk bedoeld.
En wanneer je de verhalen op andere forums, sites en blogs leest, zijn we blijkbaar niet de enigen die hun problemen hebben met deze mentaliteit. Er is nu eenmaal een hemelsbreed verschil tussen Vlaanderen en Frankrijk qua mentaliteit, openheid, hartelijkheid.
Op één van de blogs die we volgen zijn we het begrip “ingeblikt gevoel” tegengekomen, of ook het begrip “grijze gevangenis”. Dat omschrijft het wel het best: je stoot in Vlaanderen overal op grenzen, hindernissen, belemmeringen, verboden, kleinzerigheid, je mag niet boven de maailijn uitsteken …
In Frankrijk mag je je hoofd boven het gazon uitsteken, je zal er niet voor gelyncht worden. Soms zal je wel eens meewarig bekeken door uitgedoofde mensen, maar daartegenover door anderen zelfs bekeken met bewondering omdat je tenminste anders durft zijn.
En ééns je emotioneel de klik hebt gemaakt, dan zal het rationele al lelijk moeten doen om je tegen te houden.
Rationeel
Dan komen we natuurlijk uit bij klimaat en temperatuur, bij natuurschoon en rust, bij bereikbaarheid, dienstverlening en dies meer.
Geen kwestie van te vertrekken naar een streek waar het net zo koud en miezerig is, waar je geen zicht rondom je heen hebt of waar je 3 uur moet rijden om een winkel of een dokter te vinden.
We mogen ook niet vergeten dat we hier “onze ouwe dag” komen doorbrengen. En oud worden veroorzaakt altijd ongemakken, hoezeer je je ook wapent.
Maar je moet een boom ook niet te veel bruuskeren bij het omplanten. We zochten dus een plek waar je de 4 seizoenen hebt, maar met een langere zomer en een kortere winter.
Een plek op het platteland, maar dan ook weer niet helemaal onbereikbaar. Een plek ook die het nodige comfort bood qua winkelen en voorzieningen.
Je moet ook rekening houden met het feit dat je je tenminste moet kunnen behelpen in de plaatselijke taal. En liefst nog iets meer dan “kunnen behelpen”, want je hebt sowieso een hoop administratie te behappen. Er zijn mensen die vertrekken met slechts een minieme kennis van de taal, maar die hebben het meestal zeer moeilijk.
Eerst hebben we in Duitsland gekeken naar geschikte locaties om onze oudere dag door te brengen, maar daar vonden we maar één streek die ons aansprak: de streek aan het meer van Konstanz. Maar die was dan weer zo ellendig duur dat we dat plan hebben laten varen.
En zelfs daar in het gastvrije zuiden van Duitsland waren er eigenlijk al te veel regeltjes en was het te netjes.
Zuid-Frankrijk dan? Die taal kenden we ook vanuit ons beroepsleven. Spanje lag ons toch iets te ver weg en Italië lag ons niet echt, en we kenden die talen ook niet.
Definitieve keuze.
Na een aantal vakanties die een combinatie waren van vakantie, rondtoeren en woning zoeken was onze keuze snel gemaakt:
Zuid-Frankrijk, maar dan niet aan de kust of in een toeristische regio.
Het “achterland” met z’n kleine dorpjes in een kleine vallei, of ergens op een bergtop.
De plek mocht echter ook geen uren weg liggen van de dichtstbijzijnde stad met z’n ziekenhuizen, winkels en transportmogelijkheden. Maar dan wel weer ver genoeg om er geen last van te hebben.
In dat Frankrijk heb je lucht om te ademen, ruimte om te bewegen, je moet je minder conformeren.
De Fransen daar nemen je met alle plezier op in hun kring, maar … Er is één enkele -maar enorme- voorwaarde: je moet willen integreren in de lokale gemeenschap.
En een goede tip: wees in het begin altijd beleefd en leer op je tanden bijten, want je gaat kritiek krijgen.
En de familie dan???
Die vraag horen we -tig keer herhaald.
Maar om eerlijk te zijn: onze familiebanden zijn niet echt nauw te noemen. 20 jaar werken in het buitenland laat echt wel z’n sporen na.
Onze ouders zijn overleden. Onze (schoon)broers en (schoon)zussen zien we -enkele uitzonderingen niet te na gesproken- enkel bij dramatische gebeurtenissen zoals een overlijden/begrafenis ofwel bij een reünie of occasioneel familiefeest.
Die band gaat ons dus heus niet tegenhouden, vooral omdat we vandaag toch sociale media, mail, videochat en weet ik wat nog allemaal hebben.
Onze kinderen en kleinkinderen?
Die zijn jong en zijn al van kindsbeen af vertrouwd met de wetenschap dat pa en ma na hun pensioen naar Frankrijk trekken.
Natuurlijk valt dat hard, zowel voor ons als voor hen.
En de kleinkinderen zijn apetrots want ze hebben “een mammy en papy in Frankrijk”, en dat heeft niet iedereen op school.
Maar we kunnen allemaal autorijden. Er is het vliegtuig met een luchthaven(tje) op 30 km van hier van waaruit je in de zomer 2 keer in de week naar Charleroi kan. De trein stopt op 5 km van de deur.
Indien nodig, zijn we dus redelijk snel bij elkaar.
Daarbij zijn we toch van plan om jaarlijks een keertje naar België terug te keren om familie en vrienden te zien.
En ook hier weer moeten de moderne communicatietechnologieën voor gedeeltelijke oplossingen zorgen.
Vrienden?
Welke vrienden?
We kenden destijds in dat dorpje meer mensen dan we ooit in geheel België gekend hebben. In de buurt waar we woonden zag je mekaar hooguit 1 keer per jaar bij de buurt-BBQ (wanneer we niet in Frankrijk waren tenminste) of soms liep je iemand tegen het lijf in de supermarkt.
Buiten 1 of 2 echte vrienden uit onze jeugdjaren, waren de meeste vriendschapsrelaties tijdens onze jaren in Duitsland toch echt wel verwaterd.
En bij collega’s echte vrienden maken voor het leven is niet gemakkelijk.
Maar eigenlijk hebben we in België maar enkele echte vrienden. En die vrienden weten ons wonen…
De meeste van onze vrienden zitten in Frankrijk, in dat kleine gehucht rond de kerktoren met z’n 25 inwoners, in onze wandelkring, bij collega-moestuinders, bij de liefhebbers van het lekkere eten hier, …
.

